zondag, 21 apr 2019

Update00:00

» Op de koffie Interview Bart Segers (SAMEN)
15
mrt
2007

Interview Bart Segers (SAMEN)

In deze nieuwe rubriek gaan wij op de koffie bij de nieuwe gemeenteraadsleden. Vandaag stellen wij u nieuwkomer Bart Segers (SAMEN) voor:

Zaterdagmorgen 10 februari. Ik heb een afspraak om kwart na 11 bij dokter schepen Bart Segers. Naar mijn gebruikelijke doen, ben ik te laat, maar geen probleem want zoals te verwachten bij een drukbezet arts is deze nog bezig met zijn raadpleging. Na de geuren van de wachtzaal opgesnoven te hebben, heeft Bart tijd voor mij. Ik lanceer meteen mijn eerste vraag.

Bart SegersBart, je bent huisarts. Was je keuze voor dit beroep een bewuste keuze?
Het zal misschien romantisch of emotioneel overkomen, maar ik heb destijds bewust gekozen voor een dienende functie. Een functie die weliswaar veel vergt, maar waar je ook veel voor terugkrijgt. Ik moet het niet rooskleuriger voorstellen dan het is, want het is en blijft een heel druk en vermoeiend beroep. Gelukkig krijg je ook veel dankbaarheid van de patiënten. Het is geen beroep, maar eerder een roeping.
Ik merk wel dat het respect voor de huisarts de laatste jaren fel veranderd is. De tijd van “Meneer doctoor”, die is defintief voorbij. Vroeger werden artsen op een voetstuk geplaatst en dat was inderdaad overdreven, maar nu wordt er in de andere richting overdreven. Wij zijn de enige die de dag van vandaag nog prestaties leveren die niet betaald moeten worden. Mensen vinden het normaal dat ze bij de bakker en beenhouwer moeten betalen, maar wij horen vaak “Sorry, maar ik heb geen geld bij.”. Ik denk niet dat dit vroeger vaak voorkwam. Voor alle duidelijkheid, er zijn mensen die echt niet kunnen betalen, en dat is iets anders.
Het beroep van huisarts is tegenwoordig ook niet meer aantrekkelijk. Iedereen wil specialiseren. Voor sommigen is huisarts een tweede keuze. Voor mij persoonlijk is huisarts een specialiteit als een andere specialiteit. Wij moeten van alle mogelijke aandoeningen op de hoogte zijn, waar een specialist zich kan focussen op het door hun behandelde orgaan van het menselijk lichaam. Dit is, zonder specialisten een steen te willen toewerpen, de reden waarom patiënten soms veel te veel doktersbezoeken moeten afleggen alvorens een sluitende diagnose te krijgen. De holistische benadering van de huisarts is hier wel degelijk een voordeel omdat zij zaken kunnen combineren.

Waaraan ligt dat verminderd respect en die dalende interesse voor het beroep volgens jou?
De benadering van de huisarts in de pers is nogal dubbelzinnig. Artsen schrijven te veel antibiotica voor, artsen doen dat niet, artsen doen dit niet, … Ook de manier waarop  tariefstijgingen worden aangekondigd in de pers is niet echt positief. Dit creëert een imago-probleem voor de huisarts. Anderzijds scoren huisartsen wel enorm hoog in tevredenheidsscores. De huisarts in het algemeen heeft een slechte naam, maar de eigen huisarts is blijkbaar voor iedereen toch een uitzondering op de regel (lacht).

De laatste dagen is er weer sprake van een tekort aan huisartsen binnen enkele jaren, hoe sta jij hier tegenover?
Ik begin dat nu ook te ondervinden. Een collega huisarts uit Schellebelle is gestopt en dat geeft extra patiënten die weer verspreid worden over de bestaande artsen. De wintermaanden zijn uiteraard ook al extra druk, dus momenteel is het een hele drukke periode.
Het feit dat er een tekort aan huisartsen komt, wordt veroorzaakt door de keuzes die de politiek nu en in het verleden maakte. In België voert minister Demotte en hospitalocentrisch beleid. Daarmee bedoel ik de budgetten voor hospitalen en specialisten duidelijk belangrijker zijn dan budgetten voor huisartsen. De echelonnering, waarbij het de bedoeling is dat de huisarts de eerstelijnszorg op zich neemt, wordt in de praktijk niet toegepast. In het verleden was er sprake van dat patiënten, vooraleer een specialist te kunnen raadplegen, altijd langs een huisarts dienden te passeren. Er was zelf een financiële bestraffing voorzien, voor wie dit niet deed, maar de lobby van de hospitalen en de specialisten is natuurlijk ook invloedrijk…
Het grootste probleem van de huisartsen is dat we niet beschikken over een eigen vakbond, maar steeds deel uitmaken van een groter artsensyndicaat. De verdeeldheid binnen die artsensyndicaten is ook de oorzaak dat de politiek geen concrete stappen zet. Momenteel is het wettelijk niet voorzien om een pure huisartsenvakbond af te vaardigen naar onderhandelingen in de Medicomut (nvdr. De Nationale Commissie van Geneesheren en Ziekenfondsen). Hierdoor zijn huisartsen één van de laatste beroepsgroepen die niet het recht hebben zich te organiseren en om hun beroepsgroep te laten vertegenwoordigen. Waarom dit zo is? Ik vermoed dat dat de verborgen agenda van minister Demotte is, die de belangen van de Brusselse en Waalse ziekenhuizen toch wel zeer sterk verdedigt Volgens mij is dat ook de reden dat Demotte aan de macht gekomen is, want zijn voorganger Vandenbroecke durfde wel aan deze belangen raken.

Zie jij een engagement in die richting?
In theorie zou me dat wel interesseren, maar in de praktijk zal het niet uitvoerbaar zijn om naast mijn huidige politieke engagement ook nog eens een rol op te nemen in een artsensyndicaat. Het is wel zo dat artsensyndicaten zichzelf beter moeten verkopen. Daartoe zouden ze professionelen moeten aanstellen die de communicatie met de pers en de regering verzorgen. De vertegenwoordiging naar de buitenwereld toe om het imago van de huisarts te verbeteren en het lobbyen voor de belangen van de huisarts, kunnen er voor zorgen dat we bij onderhandelingen meer gewicht in de schaal kunnen leggen. Om hiervoor een budget ter beschikking te krijgen en als kleine beroepsgroep toch te kunnen wegen op het beleid, ben ik voorstander van het verplichte syndicering van alle huisartsen, weliswaar in een syndicaat naar keuze.

Hoe zou jij Bart Segers omschrijven aan iemand die jou niet kent?
(verbaasd) Het is de eerste keer dat ze me zo een vraag stellen. Ik zal dus maar iets uit mijn mouw schudden. Ik ben iemand die problemen heeft met ruzies en onrechtvaardigheid. Op onze gemeente werd zodanig veel gepraat over kleinigheden, waardoor ik vond dat het tijd was dat er een beetje rust kwam. Door mijzelf te engageren hoop ik daar in enige mate toe bij te dragen. Ik ben niet de man met de grote agressie, ik probeer veeleer de situatie op een zachte manier te benaderen, wat niet wil zeggen dat ik niet scherp uit de hoek kan komen. Als ik vind dat bepaalde basisprincipes zwaar met de voeten getreden worden, zal ik wel niet zwijgen, maar reageren op bepaalde situaties. Ik ben dus geen klassieke politicus of een zwaar politiek beest. Dat kan ook niet, want ik ben splinternieuw. Wat er de laatste jaren gebeurd is op onze gemeente is jammer. Het constructieve werk op de gemeente is op de achtergrond geraakt omwille van persoonlijke vetes. Vetes die uiteindelijk tot de bewuste split geleid hebben. Over het verleden wil ik mij niet uitlaten. We staan in de toekomst met een krappe meerderheid en ik hoop dat we ondanks die krappe meerderheid een goed beleid kunnen voeren. Een goed beleid is natuurlijk een “hol” begrip, maar ook een beperkte meerderheid moet er in slagen een goed beleid te voeren. Ik hoop dat ik constructief zal kunnen meewerken aan zaken die de bevolking echt vraagt. Bij elke politieke daad die ik stel zal ik me de vraag stellen of de zwijgende meerderheid hiermee gediend is of niet. Wij worden verkozen door mensen en zitten niet voor onszelf, maar in naam van onze achterban in de gemeenteraad. Ik heb soms de indruk dat dit vergeten wordt, en dat in sommige discussies over letters en cijfers de relevantie voor het beleid en de bevolking ver te zoeken zijn.
Het vertegenwoordigen van mensen strictu sensu en de concrete uitwerking ervan – zoals bijvoorbeeld het klassieke politieke steekspel – liggen soms nogal ver uiteen.

Je legt nogal sterk de nadruk op je politieke carrière. Ik vermoed dat Bart Segers ook nog iemand anders is…
Ik ben naast huisarts, maar daar hadden we het al uitgebreid over, ook huisvader van een gezin met drie kinderen. Ik hecht heel veel waarde aan mijn gezin, maar door mijn drukke activiteiten durft dat soms nogal in de verdrukking te komen. De combinatie huisgezin, een drukke artsenpraktijk en het politieke leven, vraagt heel wat organisatie. Momenteel ben ik nog wat aan het zoeken hoe ik dit optimaal kan organiseren.
Toch is mijn gezin voor mij mijn eerste prioriteit. Ik wil proberen om de politiek en mijn artsenpraktijk zo goed mogelijk te combineren, maar mijn gezin mag daar niet onder leiden. Ik kan echter moeilijk zeggen dat in de praktijk mijn gezin op de allereerste plaats staat, want wanneer ik mijn tijdsverbruik in uren uitdruk, komt mijn medische praktijk op de eerste plaats, gevolgd door mijn politiek mandaat en dan pas mijn gezin. Een dag heeft maar 24u en die zijn helaas rap opgebruikt. Toegegeven, er is dus een discrepantie tussen mijn prioriteiten en mijn tijdsbesteding. Ik kom wel naar huis om mijn kinderen te zien en maak tijd om met mijn gezin te eten. Dat lukt niet altijd, maar de laatste tijd let ik hier toch meer op. Mijn kinderen groeien op, maar het grootste deel van de tijd zie je dat niet omwille van je beroep. Ik probeer de laatste jaren nu in te halen wat ik in het begin gemist heb. Anderzijds ben ik wel ’s avonds, ’s nachts en op zaterdagvoormiddag beschikbaar voor mijn patiënten.
Gelukkig kan ik rekenen op een begripvolle en ondersteunende vrouw. Zo vallen de sportactiviteiten van mijn kinderen ook volledig op haar schouders. Twee ervan, Gilles en Tanguy, spelen bij Eendracht Aalst. Dat zijn drie trainingen in de week, plus nog een keer wedstrijd. Dat is iedere keer een verplaatsing. We leven dus wat in een hoge versnelling en soms is die versnelling een beetje te hoog. We zijn dan ook blij als het een keertje weekend en is en we kunnen uitblazen. Als schepen kan je gelukkig wel dikwijls het nuttige aan het aangename koppelen. Politiek bedrijven is niet altijd inspanning. Zo kunnen bepaalde politieke activiteiten echte ontspanning zijn. Ik denk dan vooral aan het bijwonen van een gouden bruiloft, een toneel of een optreden. Je vertegenwoordigt dan wel de gemeente, maar het is toch ook een vorm van vertier.


Waarom heb je destijds toegezegd om op de lijst van SAMEN te gaan staan?
Ik had sympathie voor het project SAMEN en ik wou hen ook ondersteunen. Mijn bedoeling was om samen met Herman Govaert de lijst te duwen. Ik had wel een redelijk resultaat verwacht, maar was toch verrast dat er 632 mensen voor mij stemden. Ik vond ook dat ik de kiezer die mij zijn vertrouwen gaf moeilijk in de steek kon laten. Dat ik dan direct schepen werd, was echter wel een verrassing. Ik ben me er wel van bewust dat ik niet verkozen ben op basis van mijn reeds gepresteerde politieke daden, maar op basis van mijn vele contacten via mijn praktijk. De komende drie jaar zijn een uitdaging waarin ik wil tonen dat ik politiek inderdaad wat kan bijdragen aan het beleid van de gemeente Wichelen.

Verkozen en direct schepen. Je zegt zelf dat je verrast was. Wie coacht je nu in je nieuwe takenpakket?
Het ambt van schepen is eigenlijk een gedeeld ambt tussen verschillende schepenverantwoordelijkheden. Hiermee bedoel ik dat iedereen ook inspraak heeft in de beleidsdomeinen van de collega’s. Ik hou me bijvoorbeeld niet uitsluitend bezig met ruimtelijke ordening, stedenbouw, gehandicaptenzorg en derde- en vierdewereld problematiek. Ieder kijkt verder dan zijn eigen domeinen. Zo beslis ik ook mee als er beslissingen genomen worden over pakweg het groenbeleid, gebouwen of openbare werken. Elke beslissing wordt door het voltallige schepencollege en de burgemeester genomen.
Momenteel bevind ik me nog volop in een leerproces. Ik beperk me dan ook hoofdzakelijk tot luisteren en niet te veel tussen komen. Ik geef mezelf hiervoor 6 maand tot een jaar tijd, zodat ik voldoende geleerd heb alvorens zelf naar buiten te treden. Niet dat ik dat nu nog niet doe, maar ik ben toch nog voorzichtig. Als ik goed mijn draai vind, is het mogelijk dat ik na drie jaar zeg: zonde, dat ik de zaak niet kan afwerken. Anderzijds denk ik wel dat mijn opvolger Ivan De Coninck het wel even goed of nog beter zal doen.
Het is wel zo dat Kenneth Taylor en Werner Van der Eecken meestal het voortouw nemen. Eigenlijk coachen zij mij dus wel wat. Kenneth is wel even “groen” in ervaring als gemeenteraadslid en schepen, maar kwam reeds op bij de vorige federale verkiezingen. Hij heeft het natuurlijk wel meegekregen van thuis uit. Bovendien heeft hij ook een zeer goede kennis van alle dossiers. Kenneth is bijvoorbeeld minstens even goed op de hoogte als ikzelf van het dossier bijzonder plan van aanleg Anker, waar nu al tal van verzoekschriften voor binnengekomen zijn en de plannen bijgestuurd zullen worden, ondanks het feit dat dit eigenlijk mijn domein is. Dit bevestigt ook dat wij ons niet fixeren op onze eigen materie.

Het is misschien nog wat vroeg, maar is het moeilijk en tijdrovend om schepen te zijn?
Het is inderdaad nog te vroeg om te zeggen hoe vlot de combinatie zal lopen tussen mijn praktijk en mijn schepenmandaat. Maar om het goed te doen vraagt een schepenambt inderdaad veel tijd en, vooral in het begin, veel studiewerk. Het bestuderen van alle dossiers die onder mijn bevoegdheid vallen, is niet niks. Gelukkig kan ik van tijd tot tijd terugvallen op een zeer bekwame stedenbouwkundige ambtenaar, een bekwame secretaris en een bekwame voorzitter van GECORO (nvdr Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening). De voorzitter van GECORO is de heer Vercruyssen, gewezen gemeentesecretaris, de stedelijk ambtenaar is intussen bijna 19 jaar in dienst en de secretaris is nu ook al aan zijn achtste of negende jaar toe. Ik voel me dus gesteund door een zeer onderlegde ploeg, waarvan ik nog veel kan opsteken.

Je bent verantwoordelijke voor stedenbouw, ruimtelijke ordering, gehandicaptenzorg en derde- en vierdewereldproblematiek. Een bewuste keuze?
De bevoegdheden worden gekozen in functie van de bekwaamheden en interesses van de verschillende schepenen. Wij hebben allemaal een voorstel gedaan en in onderling overleg zijn er vervolgens nog kleine verschuivingen gebeurd. Derde en vierde wereldproblematiek sluit wel enigszins aan bij mijn professionele bezigheden. Omdat er naar gestreefd werd om elke schepen minstens één zware en arbeidsintensieve bevoegdheid te geven is  Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening bij mij terecht gekomen. Andere collega’s hadden hun eigen voorkeuren en voor de toewijzing van domeinen wordt ook rekening gehouden met het aantal voorkeurstemmen. Ik ben wel blij dat ik deze materie gekregen heb, want eigenlijk interesseert die mij al langer. Ik was dus eerder blij verbaasd dat men mij voorstelde dit domein op mij te nemen. De bevoegdheden zijn nu ook verdeeld naar de bekwaamheden van de schepenen. Danny Praet (bedrijfsrevisor) heeft financiën gekregen, Kenneth Taylor (regisseur) cultuur, Kristof De Smet (onderwijzer) onderwijs, Albert Van Malderen (tuinbouwer) openbare werken  en landbouw. De bevoegdheden zijn dus op een logische manier verdeeld volgens ervaring en eigen beroepsbekwaamheid.

Woord: Koen