Webnieuws Wichelen

Tuesday, 19 Oct 2021

Update20:58

You are here: In the spotlight Interview Natasha De Troyer, een straffe madam.
Error
  • Error loading feed data.
01
May
2006

Interview Natasha De Troyer, een straffe madam.

Vandaag bellen we aan in de Steenkouter nr. 64, ten huize De Troyer. Werner, papa De Troyer, opent de deur en leidt ons naar de veranda. Natasha vervoegt ons gezelschap. We maken kennis, keuvelen over leuke ski-ervaringen, prachtige winterlandschappen en plots krijgen we weer zin om te gaan skiën, hoewel we nog maar net terug zijn van skivakantie. Meteen zit de sfeer er goed in. En zo geraken we aan de babbel…

Natasha, vertel ons eens, voor de lezers die jou nog niet kennen, wie je bent ?

Read more...Natasha: Ik ben Natasha De Troyer, ik ben 27. Ik heb een visuele en auditieve handicap. Ik heb dat al van kleinsaf maar het is maar tot uiting gekomen op mijn zes jaar. Ik heb eerst in Serskamp op een gewone school gezeten. Daarna ben ik naar een speciale school in Brugge gegaan, Spermalie. Mijn vijfde en zesde middelbaar heb ik gedaan in Sint-Jozef in Wetteren. Daar heb ik mijn studies afgemaakt. Ik heb dan werk gezocht en werk nu op het Ministerie van Economische Zaken, op de webredactie. Vroeger was ik aangesloten bij de atletiekclub en deed aan competitie op hoog niveau. Maar doordat ik op een gewone school zat, ben ik daarmee moeten stoppen.

Wanneer ben je gebeten door de ski-microbe ?

Natasha: Toen ik zestien jaar was, ging ik voor de eerste keer op skivakantie. Ik vond skiën heel leuk. Toen hebben ze me gevraagd of ik niet geïnteresseerd was om daar iets meer mee te doen. Ik ben dan begonnen met één wedstrijd mee te doen per jaar, dan twee en nu zit ik al aan vijf wedstrijden per jaar.

Skiën als je visueel beperkt bent, is niet evident. Hoe gaat dat in zijn werk ?

Natasha: Ik ski met een begeleider, Eric De Jaeger. Eric heeft een fluo vestje aan. Dat zie ik op de sneeuw. Ik zie bijvoorbeeld niet wanneer er hoopjes sneeuw liggen. Ik ga volledig te werk op het vestje van mijn begeleider. In onze helm zit een communicatiesysteem. Hij zegt dan links, rechts. Bij langere bochten is dat dan links – links, rechts – rechts. Bij gevaarlijke dingen waarschuwt hij mij.

Heb je al verschillende begeleiders gehad ?

Natasha: Eric De Jaeger is mijn eerste en enige begeleider. Het is een collega van mijn papa en woont in Deerlijk. Je verandert niet zomaar van begeleider. Je moet in feite een vertrouwensrelatie opbouwen. Ik ben voor het skiën heel erg afhankelijk van hem en vertrouwen is hier dus superbelangrijk. Eric was met zijn gezin mee op skivakantie. Ik skiede steeds met mijn papa maar technisch gezien was dat een beetje moeilijk voor hem. Ik ben dan met Eric beginnen skiën en zo is het eigenlijk allemaal gegroeid. Maar er is een probleem. Al zijn verlof gaat naar mijn wedstrijden en trainingen. En dat is niet zo evident want Eric heeft ook een gezin en vakantie met het gezin moet ook kunnen. Maar door mijn wedstrijden is dat niet zo voor de hand liggend. Ik ben dus op zoek naar een tweede, extra, begeleider. Zo kunnen ze elkaar afwisselen en hoeven ze niet al hun vrije tijd aan mij te besteden.
Werner: Eigenlijk zouden ze ons dienstvrijstelling moeten geven. Natasha krijgt alle mogelijkheden van haar werkgever. Ze krijgt vrijstelling om deel te nemen aan wedstrijden, om stages te doen. We hebben een heel zwaar jaar achter de rug. Deze winter bijvoorbeeld hebben wij een veertigtal dagen verlof genomen voor al de wedstrijden. Eind mei hebben we een evaluatiegesprek en zal er gepraat worden over de toekomstige plannen. De sportieve en medische begeleiding zal ook aan bod komen. Ik hoop dat men via het BMIC een beetje “druk” kan uitoefenen bij de top van de spoorwegen zodat wij, als begeleiders, meer faciliteiten kunnen bekomen.

Read more...Een begeleider vinden is niet zo eenvoudig. De begeleider moet eigenlijk beter kunnen skiën dan Natasha. Ik kan wel goed skiën maar niet goed genoeg om haar te kunnen begeleiden. Een begeleider moet technisch sterk zijn en moet bijvoorbeeld tegen een serieuze snelheid ook achter zich kunnen kijken om Natasha in het oog te kunnen houden. Eigenlijk zou het een competitieskiër moeten zijn.
Natasha: Het is het moment om te starten met een nieuwe begeleider, met het oog op de volgende Spelen. Het duurt een tijdje tegen dat het vertrouwen volledig opgebouwd is. Het is dus belangrijk dat we eigenlijk nu kunnen starten om klaar te zijn tegen de Spelen.
Werner: er zijn genoeg mensen die zich al aangeboden hebben. Maar ze moeten ook in de piketten kunnen skiën. Heel wat Belgische skileraars hebben dat nog nooit gedaan. In wedstrijden is dat heel belangrijk. De valide skiërs tikken met hun scheenbeen de stangen weg maar als ze dat zouden doen als begeleider, zou Natasha de piket in haar gezicht krijgen. Een begeleider moet dus een iets langer traject afleggen en er voor zorgen dat ze niet tegen de piketten skiet. Ze moet in principe in de sporen van de begeleider skiën om te vermijden dat tegen de stangen botst. Als begeleider moet je een zekere technische bagage hebben. Super G-nummers, wedstrijden op snelheid, worden niet geskied op een blauw pistje. Dat zijn pistes met een hellingspercentage van 50% en meer. Je moet dat zien zitten om zo’n afdalingen te doen. Ik kan ook wel skiën maar op bijvoorbeeld de afdalingen in Turijn, weet ik niet of ik me volledig zou durven laten gaan. Als je boven staat en naar beneden kijkt, dan slik je wel even.
Natasha: Dat is ook een beetje mijn voordeel. Ik zie niet altijd wat me te wachten staat.
Werner: De Paralympiade gaat door op exact dezelfde pistes als de Olympische Winterspelen. Er zitten dus ook sprongen in van tien à vijftien meter.
Natasha: We verwachten geen medelijden. We zijn atleten, net als de valide skiërs.
Werner: Ik denk dat er weinig Belgische valide skiërs zijn die hun kunnen kloppen.

Wat vond je zelf van je prestaties op de Paralympics in Turijn ?

Natasha: Voor de Super-G was ons doel een goed tempo skiën en gewoon aankomen. Dit is een discipline waar ik niet kan voor trainen. Het was belangrijk om zo mogelijk, qua tijd dan, bij de eersten te eindigen. Dit speelt namelijk een rol voor de andere wedstrijden. Ik ben als vijfde, van acht, geëindigd. Meestal ben ik bij de laatste, dus dat viel goed mee. Bij de reuzeslalom had ik gehoopt op een vierde plaats, als ’t kon beter. Maar dat heeft niet mogen zijn. En voor slalom had ik gehoopt op een derde plaats, maar het is de vierde plaats geworden. Belangrijk is ook dat we het hoe en waarom van mijn uitslag weten en dat we er dus kunnen aan werken.

Heb je nog andere wedstrijden in het vooruitzicht ?

Natasha: Normaalgezien begin ik dus in juni te trainen. Dat doe ik in Komen, op de kunstpiste. Deze training loopt tot half september. En dan oktober, november en december ga ik voor een week op stage in het buitenland. En dan beginnen terug de Europese wedstrijden. Die gaan door in Oostenrijk. En dan de wereldbekers in Canada en Amerika. Tussendoor nog enkele andere wedstrijden. En dan op het einde zijn het wereldkampioenschappen in Zwitserland.

Wat doe je buiten het skiën nog zoal ?

Natasha: Ik ga vier dagen op zeven fitnessen. Zo onderhoud ik mijn conditie voor het skiën. Ik ga twee keer trainen in Wetteren en twee keer in Brussel na het werk. Het is nu mijn eerste maand in vier jaar tijd dat ik niets doe.
Werner: Er moet ook eens een rustpauze ingelast worden. Zeker na dit zware jaar. Ik was er een beetje bang voor. Zeventien dagen heel intensief bezig zijn met een heel klein team. Dat brengt soms spanningen mee. Maar het is heel goed meegevallen. Ook als begeleider is het heel zwaar. Het zijn lange dagen. Men vertrekt ’s morgens voor zeven uur en men komt pas na elf uur ’s avonds terug in het hotel. Voor de wedstrijd, dient de piste gecontroleerd te worden. En de dag wordt afgesloten met een meeting. Het is ook emotioneel heel zwaar. Constant die spanning. Maar het is een unieke ervaring.

Waar droom je van ?

Read more...Natasha: Binnen vier jaar, Vancouver, proberen mee te maken. Dit is natuurlijk ook afhankelijk van mijn voorskiër. Want alleen kan ik het niet… Het belangrijkste nu is de voorbereiding. Een trainer zoeken want een trainer in België heb ik niet. Een nieuw communicatiesysteem aanschaffen, want wat we nu gebruiken werkt meer niet dan wel. En sleutelen aan mijn techniek. Men heeft mij gezegd dat op mijn dertigste mijn techniek beter zou moeten zijn.
Werner: Ze is een laatbloeier hé. Ze is pas op haar zestiende begonnen en dat was dan één keer per jaar. Ze is eigenlijk nog maar drie jaar intensief bezig. Ter vergelijking, in de wedstrijd waar ze vierde is geëindigd, schets ik even wie op de eerste drie plaatsen geëindigd zijn. Een Française, 32 jaar, is al vijftien jaar bezig met competitieskiën, de Italiaanse is 38 en de Oostenrijkse is er 50. Zij is maar op latere leeftijd audiovisueel beperkt geworden. Zij kon al heel goed skiën toen ze nog valide was. En dan komen wij, als niet-skiland, met heel beperkte mogelijkheden. Dus eigenlijk was haar prestatie zeker niet slecht. Maar we trachten meer te bereiken en we hopen binnen vier jaar op een podiumplaats. Maar dan moet er nog veel getraind worden en zou financiële hulp, sponsors, heel welkom zijn. Want nu gebeurt het meeste, buiten de subsidies, op eigen kosten. Verblijf, verplaatsing, materiaal, stages,… Ideaal zou zijn dat we aan een team geraken. Als team kan je gemakkelijker naar potentiële sponsors stappen. Nu zijn we louter individueel bezig.

En dan traditioneel onze afsluiter. Kan jij ons naar een andere bekende persoon leiden, of naar iemand die iets te vertellen heeft. Iemand die woont in Groot-Wichelen dan?

Oei, da’s een moeilijke vraag. De mensen kennen mij wel, maar ik ken de mensen niet (lacht). Ik denk bijvoorbeeld aan Danny Van De Putte, atletiektrainer.

We hebben onze ontmoeting afgesloten met een rondleiding in het skimateriaal van de De Troyers. Indrukwekkend !

woord: kelly | beeld: nik