Webnieuws Wichelen

Tuesday, 19 Oct 2021

Update20:58

You are here: In the spotlight Interview: Mandus De Vos over het succes van de Wichelse Straatzangers
01
Apr
2006

Interview: Mandus De Vos over het succes van de Wichelse Straatzangers

Vandaag zijn we te gast bij Mandus De Vos. Mandje verwelkomt ons in zijn woning en zal ons het reilen en zeilen rond de Wichelse Straatzangers vertellen. Hij is er al bij van in het prille begin en gaat nog steeds met hen optreden. Wie al een optreden van de Wichelse Straatzangers heeft meegemaakt, weet dat het steeds ambiance verzekerd is. Gezeten aan tafel, een drankje bij de hand, dictafoon neemt op, kortom, we zijn klaar om naar het verhaal van Mandje te luisteren.

Wie zijn de Wichelse Straatzangers ?

De Wichelse Straatzangers bestaan uit Wim Annaert (accordeon), Albert Van Steendam (accordeon, viool), Luc Braeckman (gitaar), Herman Hertner (basviool/gitaar), Maurice Rottiers (accordeon) en Gust De Maesschaelck (teksten) en ikzelf (zang).
Read more...Normaal treden we op met vier, ik en drie muzikanten. Maar toen we op Kanaal 3 zijn geweest, waren we met negen. Kanaal 3 heeft ons vier dagen gevolgd voor de reeks “Van A tot Z”. Doordat we toen met negen waren, konden we inspringen voor elkaar. 
Er zijn ook nog de mensen die onze doeken tekenen. We hebben ongeveer vijftien doeken. Bij om het even welke gelegenheid, bv. de trein die terug stopte in het station van Wichelen, werd er een doek gemaakt.

We zijn ooit op de radio geweest. Dat was toen samen met Nand Baert en Vader Abraham voor het programma “Wie van de drie”. Toen heeft Vader Abraham tegen mij gezegd: “Daar moet je mee doorgaan, dat is nog iets typisch Vlaams.”

Hoe ben jij bij de Wichelse Straatzangers terechtgekomen ?

Bij mijn grootmoeder was het “café chantant”. Uiteraard gingen mijn ouders daar veel op bezoek. Er werd, zoals de naam het zegt, altijd gezongen. Ik heb in feite gezongen van in moeders buik. Ik heb dus eigenlijk altijd gezongen. Toen ik voor het eerst werk ging zoeken, werd ik vergezeld door mijn oom. Ik ging me aanmelden in de schoenfabriek van Wichelen. Ik ben altijd heel bedeesd geweest, het is te zeggen, nu is dat al wat verbeterd. (lacht) Toen ze mij daar aanworven, zei mijn oom tegen de bazin “mevrouw, hij heeft u bedankt hoor, maar u zult het waarschijnlijk niet gehoord hebben. Zo bedeesd is hij.” Maar nog geen drie weken later was het de feestdag van de patroonheilige Krispijn. Wie stond er op een stoel de boemlala te zingen? Ik, de bedeesde jongen. (lacht)

Wanneer is het groepje opgericht ?

Read more...De Wichelse Straatzangers zijn ontstaan met 800 jaar Wichelen, in 1974. Ik zong toen in het koor, en ook af en toe enkele liedjes in toneelstukken. Meneer Huys, voorzitter van de folklore van Oost-Vlaanderen, had een marktzanger nodig die na de wekelijkse mis enkele liedjes zong. In die tijd was een misviering nog een publiekstrekker, er kwam veel volk op af en iedereen had zijn beste kostuum aan. Na de mis zongen wij dus enkele liedjes. Zo zongen we bijvoorbeeld “Het manneken dat kakt”.
Er was ook een visueel aspect aan, namelijk de tekeningen op doek. Er werd “gezongen op doek” en zo werd de aandacht van de toeschouwers getrokken. Ze konden in feite op het doek, aan de hand van tekeningen, volgen wat er gezongen werd. Hierdoor kon men vlug meezingen.
Geleidelijk is dat uitgegroeid tot een zaalprogramma, een optreden dat anderhalf uur duurde. Wanneer we optraden in de zaal, werden er andere visuele acts bijgebracht. Bijvoorbeeld de leurder ging vroeger met een kistje de baan op. In dat kistje zaten talloze dingen zoals nestels, lint,  knopen, elastieken,… Ik heb zo’n kistje en gebruik dit dan tijdens het optreden. Een andere visuele act is de man met het derde been, een geweldig succesnummer. Ook wanneer ik de boemlala, een schijf met pollepel, te voorschijn haal, is ambiance verzekerd.

Wanneer we gaan optreden op een jubileum, zorgen we dat we op voorhand bij de familieleden enkele anekdotes verzameld hebben. Meestal is het de familie die ons contacteert. De jubilarissen weten niets van onze komst af. We verwerken dan de anekdotes in een liedje, ook weer om ons publiek zoveel mogelijk te kunnen betrekken.

Hebben jullie ooit aan wedstrijden deelgenomen ?

Ja zeker, zo hebben we de Driekoningenwedstrijd in Horebeke driemaal gewonnen. We maakten toen liedjes over Horebeke. Men moest langsgaan in negen cafés en kon in elke café 20 punten verdienen. Er konden dus 180 punten in totaal verdiend worden. In een bepaald jaar hebben we eens 178 punten gekregen.

We hebben nog aan drie wedstrijden deelgenomen. Een wedstrijd in Hasselt waar we derde eindigde. In Middelkerke hebben we het kampioenschap van België gewonnen. En in Nederland was het wereldkampioenschap en daar zijn we de tweede geworden. Opvallend is wel dat we in alle drie de wedstrijden de publieksprijs gewonnen hebben. Telkens door ons succesnummer met het derde been.

Verzorgen jullie in het buitenland ook optredens ?

We hebben in Duitsland opgetreden. Als we in Mariekerke optreden op de Vis –en Folklorefeesten zijn er steeds Duitsers aanwezig, die ons kennen van de optredens in Duitland.
In Engeland hebben we opgetreden voor de Jonge Economische Kamer van Aalst. Wat we altijd probeerden, was de mensen te betrekken bij het optreden. In de zaal zaten in totaal negen nationaliteiten. We hadden een wasdraad opgehangen met allerlei tekeningen aan. Daarop stonden dan afbeeldingen van hun land en de specialiteit per land. Daar maakten we dan een liedje over.

En met welke liedje hebben jullie het meeste succes ?

Het liedje dat we brengen met het derde been is eigenlijk ons grootste succesnummer. Vader Abraham heeft indertijd ook een liedje gehad met drie benen. Maar die had zijn handen nodig om het derde been in beweging te brengen. Dat is bij mij niet het geval. Ik heb mijn handen vrij en toch kan ik het derde been bewegen. (kijkt mysterieus) Ik gebruik ook een schoen met maat 75, da’s een halve meter schoen. Dat gebruik ik eigenlijk als camouflagemiddel en bovendien is het een extra attractie.
Hoe dat allemaal in zijn werk gaat, ga ik jullie niet verklappen. Dat is en blijft een goed bewaard familiegeheim

Aan welke optredens heb je de mooiste herinneringen ?

Read more...
Bron: onbekend
Dat is heel raar. Het hoeft geen optreden te zijn voor een grote groep om plezier te maken. Zo organiseert de cultuurraad van een buurtgemeente van Zeveneken ieder jaar een avond. Het jaar ervoor was ’t Kliekske komen optreden. Toen waren er vier mensen aanwezig. Het jaar nadien zijn wij komen optreden. Toen waren er zeven mensen aanwezig waaronder drie nonnetjes. Het plezier dat we die avond gemaakt hebben, is onbeschrijflijk.
In de straten van Mariekerke, tijdens de Vis –en Folklorefeesten, lopen duizenden mensen. Ze staan dan in grote groepen rond ons en daar wordt nogal wat meegezongen. Daar kunnen we ons eens goed laten gaan. Wanneer er zoveel mensen meezingen, geeft dat een heel goed gevoel. 
En dan in Hamme. Ik heb dit jaar al zes keer opgetreden in Hamme. Hamme is een gemeente met heel wat wijken. En vroeger had men daar meester Van De Velde. Hij schreef liedjes over Hamme, zoals ‘de veerman’ en leerde die aan al zijn leerlingen . Daar mocht je bij wijze van spreken school niet verlaten als je al zijn liedjes niet kende. Het resultaat is daar natuurlijk dat als ik nog maar één zinnetje gezongen heb, iedereen direct kan meezingen. 
Er was ook erkenning. Zo mochten we naar de 40-60 viering van Koning Boudewijn gaan als afgevaardigde van de Folklore van Oost-Vlaanderen. Dat betekent toch al heel wat, vind ik.
 
Zijn er nog optredens in het vooruitzicht ?

Binnenkort treden we op in Wachtebeke. Er is ook een optreden gepland in Oedelem. We hebben al veel opgetreden in West-Vlaanderen. Op ‘Oostende voor Anker’, de festiviteiten waarbij de zeilschepen aankomen, zijn we ook twee dagen van de partij in Oostende.

Als je al zo lang optreedt, maak je uiteraard heel wat dingen mee…

Read more...Ik heb veertien jaar met de schoolbus gereden en af en toe hebben we op die school opgetreden. De schooldirecteur vroeg ons of het niet mogelijk was om te komen optreden op het trouwfeest van zijn dochter. Dat zou doorgaan in zaal ’t Vosken. Zo gezegd, zo gedaan. De avond van het huwelijk, rijden wij gepakt en gezakt naar ’t Vosken, vlakbij Ninove. Dat was indertijd nogal goed gekend omdat dat de eerste zaak was waar men trappist schonk. We komen daar aan en zien slechts enkele auto’s op de parking staan. Dat leek ons heel raar. Toen we binnenkwamen, was daar helemaal geen trouwfeest aan de gang. We zijn dan in het telefoonboek beginnen zoeken naar feestzalen met de naam ’t Vosken. Het is onvoorstelbaar hoeveel zaken de naam ’t Vosken dragen (lacht). Uiteindelijk komen we terecht in een feestzaal in Liedekerke, waar een trouwfeest aan de gang was. Maar je raadt het al, we zaten op het verkeerde trouwfeest. We zijn dus niet op het trouwfeest van de dochter van de schooldirecteur geraakt. ’s Anderendaags heb ik hem dan, met een klein hartje, opgebeld. Die was zo blij dat hij me hoorde. Hij dacht dat we betrokken geraakt waren in een verkeersongeval. Het trouwfeest bleek dan uiteindelijk in ’t Vosken van Zaffelaere te zijn doorgegaan.

Ik ben zo ooit eens mijn derde been vergeten. In onze glorietijd hadden we soms drie optredens per dag. Tussen twee optredens door, ging ik me gauw omkleden op de parking. Wanneer ik de act doe met het derde been heb ik pastoorskleren aan. Ik deed die kleren uit en schoof mijn been onder de auto. Snel de auto in, op naar het volgende optreden. Toen we een eindje aan het rijden waren, merkte ik dat ik mijn derde been vergeten was. We reden terug en gelukkig lag het er nog. (lacht)

Onze alomgekende afsluiter. Kan jij ons naar een andere bekende persoon leiden, of naar iemand die iets te vertellen heeft. Iemand die woont in Groot-Wichelen dan?

Ik weet niet of je meneer Ruys kent. Die kan enorm vertellen. Die heeft al bisschoppen en ministers naar Wichelen gehaald. Hij is nu gepensioneerd en heeft vroeger een job gehad op het gerecht.

woord: kelly | beeld: nik